De Q16-Maas locatie

De productielocatie Q16-Maas is in een aantal gebieden te onderscheiden. Bij de indeling van het terrein is rekening gehouden met de veiligheidsrisico’s en de effectafstand van een eventuele calamiteit.

  • Het oorspronkelijke boorterrein is het puttenterrein waar zich de gasput bevindt. Naast de bestaande gasput, MSG-03, liggen er nog twee putkelders voor eventuele toekomstige boringen.
  • Ten noorden van het puttenterrein ligt het controlegebouw met daarnaast het transformatorgebouw voor de aansluiting van elektriciteit en aan de andere kant de bluswatertank.
  • Ten zuiden van het puttenterrein ligt het procesgedeelte, waar de separatoren, koelers, drooginstallaties en compressoren en dergelijke zijn gehuisvest. Het condensaat dat in de stabilisatietoren is ontgast, wordt opgeslagen in twee opslagtanks van elk tweeduizend kuub. Het condensaat wordt vanuit de opslagtanks per pijpleiding afgevoerd naar de Maasvlakte Olie Terminal (“MOT”). Omdat MOT direct ten oosten van de Q16-Maas locatie ligt, kan met een korte pijpleiding onder de Aziëweg volstaan worden.
  • Vanaf het procesgedeelte loopt de pijpleiding voor het aardgas naar GTS die het gas verder transporteert. Het terrein van GTS grenst aan de Q16-Maas locatie (naast het controlegebouw), zodat dit eveneens een korte pijpleiding is.
  • In het uiterste zuiden van het procesgedeelte staat de productiefakkel waar alleen in een noodsituatie of bij groot onderhoud kortstondig een kleine hoeveelheid gas wordt afgefakkeld.
  • Propaan en butaan worden apart afgevangen en opgeslagen in vier langwerpige opslagtanks die voor de helft zijn ingegraven en voor de helft zijn ingeterpt. De opslagtanks van zowel het condensaat als de butaan en propaan liggen aan de zuidoost kant van de productielocatie, naast het procesgedeelte. De vier opslagtanks hebben elk een capaciteit van 250 m3. Voor de verlading van het propaan en de butaan is ten noorden van de opslagtanks een verlaadstation gebouwd voor de vrachtwagens.
Panart Internetsolutions